Dat buikje waar je je aan ergert, kan weleens meer vertellen dan je denkt

Je staat voor de spiegel.

Je kijkt naar je buik en denkt:

Ach ja… dat buikje hoort er tegenwoordig gewoon bij.

Misschien is het ontstaan na de overgang.
Misschien na een paar zwangerschappen.
Misschien zijn de kilo’s er langzaam bij gekomen.

En eerlijk?

Je voelt je verder eigenlijk best gezond.

Je bent niet extreem zwaar. Je eet redelijk gezond. Je wandelt regelmatig. Je probeert op je gewicht te letten.

Maar die buik…

Die wil maar niet verdwijnen.

En juist die buik kan een belangrijk signaal van je lichaam zijn.

Niet alleen van overgewicht.

Maar van wat er vanbinnen gebeurt.

Een buikje is niet zomaar een vetrolletje

Vet op je lichaam is niet allemaal hetzelfde.

Waar je lichaam vet opslaat, maakt verschil.

Vet rondom je heupen en bovenbenen gedraagt zich anders dan vet rondom je middel. Vooral het vet dat zich dieper in de buik bevindt, rondom je organen, is metabool actief.

En daar wordt het interessant.

Een grotere buikomvang gaat vaak samen met een grotere kans op insulineresistentie.

Je buikomvang is een belangrijke aanwijzing voor de stofwisseling.

Hoe groter de buikomvang, hoe groter de kans dat er sprake is van insulineresistentie.

Dat betekent niet dat iedereen met een buikje automatisch insulineresistent is.

Maar het betekent wél:

Een buikje is iets om serieus te nemen.

Maar wat heeft die buik dan met insuline te maken?

Heel simpel uitgelegd.

Insuline is een hormoon dat onder andere helpt om glucose uit je bloed naar je cellen te brengen.

Wanneer je regelmatig koolhydraten eet, stijgt je bloedsuikerspiegel. Je lichaam maakt insuline aan om die glucose te verwerken.

Dat is normaal.

Maar wanneer je lichaam steeds vaker en steeds meer insuline nodig heeft, kunnen je cellen minder gevoelig worden voor insuline.

Je lichaam denkt dan eigenlijk:

“Ik hoor het wel, maar ik luister niet meer zo goed.”

Dat noemen we insulineresistentie.

Je alvleesklier gaat vervolgens extra insuline produceren om toch hetzelfde effect te bereiken.

En dat kan lange tijd goed lijken te gaan.

Je bloedsuiker kan namelijk nog gewoon normaal zijn.

Je kunt dus al insulineresistent zijn zonder dat je bloedsuiker te hoog is.

Dat is precies waarom het zo makkelijk over het hoofd wordt gezien, ook bij je huisarts.

En ondertussen groeit die buik…

Een verstoorde insulinehuishouding kan het lichaam stimuleren om gemakkelijker energie op te slaan.

En bij veel mensen zie je dat vooral terug rondom de buik.

Je krijgt steeds meer buikvet.

Je valt steeds moeilijker af.

Je hebt misschien vaker trek.

Je hebt na het eten alweer zin in iets.

Je energie kan gedurende de dag behoorlijk wisselen.

En misschien herken je ook dit:

Je doet écht je best.

Je eet minder.

Je beweegt meer.

Je hebt al verschillende diëten geprobeerd.

De eerste kilo’s gaan er misschien af…

maar daarna gebeurt er steeds minder.

En uiteindelijk komen ze er weer bij.

Misschien ligt het probleem dan niet simpelweg bij te weinig wilskracht.

Misschien moet je verder kijken naar wat er in je stofwisseling gebeurt.

Kijk eens naar je middel in plaats van alleen naar de weegschaal

Het getal op de weegschaal vertelt namelijk niet het hele verhaal.

Twee mensen kunnen hetzelfde wegen, maar een totaal verschillende vetverdeling hebben.

Daarom kan je middelomtrek een interessante extra aanwijzing zijn.

Als richtlijn wordt een buikomvang van meer dan 88 cm bij vrouwen en meer dan 102 cm bij mannen genoemd als een omvang waarbij de kans op insulineresistentie groter is.

Zie dit niet als een diagnose.

Het is een signaal.

Een reden om eens verder te kijken.

En misschien herken je jezelf hierin…

Je bent 50+.

Je kinderen zijn inmiddels het huis uit.

Je beweegt best regelmatig, bijvoorbeeld door te wandelen.

Je eet naar jouw idee gezond.

Maar je middel wordt steeds dikker.

Je hebt vaker trek.

Je wordt ’s nachts wakker.

Afvallen gaat steeds moeilijker.

En ondertussen denk je:

“Het zal wel mijn leeftijd zijn.”

Maar misschien is leeftijd niet het hele verhaal.

Misschien geeft je lichaam je al een tijdje signalen.

En dat buikje kan daar één van zijn.

Je hoeft niet te wachten tot je bloedsuiker te hoog wordt

Dat vind ik persoonlijk misschien wel het belangrijkste.

Veel mensen denken pas aan hun stofwisseling wanneer de huisarts zegt:

“Uw bloedsuiker is te hoog.”

Maar insulineresistentie ontstaat al veel eerder dan dat je dit kunt zien aan je bloedsuikerspiegel.

Daarom vind ik het zo belangrijk om niet alleen naar gewicht en bloedsuiker te kijken, maar naar het hele plaatje.

Hoe is je buikomvang?

Waar sla je vet op?

Heb je veel trek?

Hoe is je energie?

Hoe slaap je?

Lukt afvallen steeds moeilijker?

En hoe reageert jouw lichaam eigenlijk op koolhydraten?

Je lichaam liegt niet.

Het geeft signalen.

Je moet ze alleen leren herkennen.

En misschien is dat buikje waar je al jaren van baalt dus niet alleen iets waar je graag vanaf wilt omdat je kleding mooier zit.

Misschien is het vooral een reden om jezelf af te vragen:

“Wat probeert mijn lichaam mij te vertellen?”

Dat is een veel belangrijkere vraag.

Want hoe eerder je begrijpt wat er in je lichaam gebeurt, hoe eerder je iets kunt veranderen.

Niet door nóg een streng dieet te volgen.

Maar door te begrijpen wat jouw lichaam nodig heeft.

Wil je weten of jouw klachten en buikomvang kunnen passen bij insulineresistentie? Daar kunnen we samen eens naar kijken.

Coachpraktijk Annelies Pennings
Gespecialiseerd in leefstijl, insulineresistentie en het voorkomen van diabetes type 2.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *